- metafysische rommel, waarin de goddelijke waarheid uiteindelijk in een kopje thee wordt gevonden.
- hermetisch geleuter - hocuspocus - gevuld met tandenknarsende idiomen van gezwollen Van Dalefetisjisten.
- amateuristische pulp van kortzichtige tienermeisjes, die - zo ik me voorstel - allemaal naar de orthodontist moeten, acne hebben en buitensporig veel zweten.
- tenhemelschreiende, meelijwekkende, pathetische onzin, vol doodswensen, verdwaasde geliefden en whatnot.
- iets waarvan de inhoud niet uitmaakt, zolang het maar rijmt.
Gelukkig is niet alle poëzie zo. Goddank niet. Stel je voor zeg! Elke poëzie- of literatuurliefhebber zou spontaan depressief dan wel suïcidaal worden! Er zo een recordaantal zelfmoordpogingen zijn van de Waalbrug zijn, bij uitstek symbolisch voor de dood van de literatuur. Immers, Japie sprong - pardon: liep - er ook al vanaf in De Uitvreter.
Nu las ik zojuist een gedicht uit de gigantische bundel 500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben, onder redactie van Ilja Leonard Pfeijffer, waarvan ik dacht: "tja, zo kan het nu ook. Dit is nou echt gewoon een mooi gedicht." 'Ecce homo' is geschreven door de Zuid-Afrikaanse Wilma Stockenström (vergeef haar de naam, alsjeblieft), die beschrijft wat de mens nu onderscheidt van het dier. Hoewel het gedicht geschreven is in het Afrikaans - prachtige taal overigens - staat hier de vertaling:
'Ecce homo'
Wat heeft hem toch bezield om rechtop
te willen staan? Kaarsrecht! Toch niet alleen
dorst naar kennis, het kunnen reiken naar een appel
boven in een reusachtige, zuchtende boom?
Op handen en voeten zou hij ook, op een lei,
hebben kunnen leren lezen en schrijven, later
met een vinger in het zand de relativiteitstheorie
hebben kunnen uitwerken, en weer uitvegen
(want waartoe?) met minder rugklachten.
Op handen en voeten kun je godsdienst beoefenen,
door een microscoop turen, piano spelen,
beelden boetseren, op je rug rollen om plafonds
te beschilderen, weer omrollen en van je steiger
klauteren, fronsend, in gedachten, hongerig.
Op handen en voeten is eten en drinken een spelletje,
paren vanzelfsprekend. Alles kan.
Alleen toneelspelen, lijkt mij, zou bedenkelijk
ingewikkeld, bijna onmogelijk en echt
lachwekkend zijn. Heus. Een kruipende
Faust. Een Clytaemnestra met bungelende
borsten. Nee! Drama wil hoger reiken!
Daar staat hij nou met zijn weke delen bloot,
de mens, die zot, die grote toneelspeler.
'Mooi hè.', durf ik dan achteraf te verzuchten. Het is helder, het heeft verhaal, inhoud en mooie terzijdes ('want waartoe?'). Op vormgebied is het niet zo interessant als, neem, Van Ostaijen, Joyce en Pound, maar gewoontjes is het ook niet. Het heeft wel wat, maar waar die Wertqualitäten liggen, waar de literatuurwetenschappers zo de mond vol van hebben, weet ik niet (en zij ook niet denk ik). Veel interessants valt er te melden over poëzie, maar het zal elke vinger die het probeert te duiden, ontwijken: daarvoor is het te vluchtig, te fragiel en te veel op emotie geënt. Naar analogie van een ander beroemd gedicht:
Het beste kun je een gedicht lezen en daarna verklaren waarom het mooi is
Het beste kun je een gedicht lezen en daarna verklaren
Het beste kun je een gedicht lezen en
Het beste kun je een gedicht lezen
Het beste kun je lezen
Lezen
Brön:
Wilma Stockenström met 'Ecce homo', opgenomen in 500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben, onder redactie van Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries. Vertaling van Robert Dorsman. Amsterdam: Meulenhoff 2008, p. 691-692.

2 reacties:
Woei!
Ja Seb, dat vind ik ook een mooi gedicht;-)
Een reactie plaatsen