zondag 20 september 2009

Ochtendritueel

Ochtendritueel

Groeven, voren, wallen:
een washandje is een ploeg
die gedurig 's morgensvroeg
de slaap doet openvallen.

Een koevoet klemt in het trapgat;
twee mannen duwen kras,
twee vensters in, glas
zoals bij witte staar: mat.

De ruwe hoogten van mijn kin
bestrijk ik met fijne poedersneeuw;
ik snijd het ijs van een eeuw,
weg, zoals (beresjiet) in het begin.

Nu volgen de witte konen
- of geel om eerlijk te zijn -
en dansen vezels van satijn
in cirkelvormige patronen.

Uitvoerig wordt de nok doordrenkt,
van transparante, blauwe gelatine
en rap, snel: het is routine-
werk. Wee, wie mij een haar krenkt.

In de finale spuit een bus
een welriekende mix:
feromonen voor de chicks.
God, wat was dit een klus.

0 reacties: